![]() |
Thomas Goletz
De uitvinder van Diddl
Diddl kwam in 1990 bij Depesche en zo ook bij zijn uitvinder Thomas Goletz. Sindsdien is Thomas Goletz, samen met zijn vrouw Jutta, nauw bij de ontwikkeling van elk afzonderlijk product betrokken.
Aantrekkingskracht en rendabiliteit van de door Goletz ontwikkelde figuren overtreffen de toenmalige verwachtingen ruimschoots. Zo ontvangen we sinds de uitgave van het eerste "Käseblatt" in 1995 dagelijks gemiddeld meerdere honderden fanbrieven, die we allemaal individueel beantwoorden.
1. Hoe ben je Diddl-tekenaar geworden?
Het is eigenlijk allemaal begonnen in mijn jeugd. Ik heb altijd al graag getekend en alles mogelijke nagetekend. Op school heb ik met veel plezier de klasgenoten en de leraar gekarikaturiseerd op het schoolbord.
Na het eindexamen VWO kreeg ik de mogelijkheid om een praktische opleiding als graficus te volgen. In deze tijd begon ik me ook echt te interesseren voor het cartoontekenen, wat ik mezelf toen heb geleerd. Dat vond ik zo leuk, dat ik toen besloot, om op dit gebied iets op te starten.
Diddl moest altijd al in mij hebben rond gesluimerd, want hij is tenslotte tussen alle cartoons op mijn tekenpapier geslopen. Dat was op 24 augustus 1990, Diddls verjaardag. In de allereerste tekeningen was Diddl echter een kangoeroe, nog zonder naam, maar wel met zijn bekende tuinbroek. Maar al snel daarna besloot ik het kereltje veel veel kleiner en handzamer te tekenen, zodat ik het beter op een koffiebeker of in een stuk kaastaart zou kunnen plaatsen. Zo ontstond er uit de kangoeroe Diddl, de springmuis.
2. Hoe ben je op de naam „Diddl“ gekomen?
De naam heb ik in de eerste plaats naar de klank gevormd. Ik wilde een naam vinden, die lief, springerig en een beetje brutaal klinkt. Het moest gewoon bij mijn muis passen. Zo ben ik uiteindelijk op de naam „Diddl“ gekomen.
Vele jaren later heeft mijn schoonmoeder een eigenaardige ontdekking gemaakt. Thomas, die van de 12 apostelen, had de bijnaam „tweeling“. En dat is in het Grieks „Didymos“. Dat klinkt toch erg op „Diddlmuis“, niet waar? Misschien moest ik gewoon op deze naam komen?!
3. Hoe ben je bij Depesche gekomen
Ik had met Diddl 13 ansichtkaart-ontwerpen gemaakt, waarmee ik op zoek was naar een geschikte uitgeverij. Kort daarna zijn deze ontwerpen bij Depesche geland. Uit die eerste 13 ontwerpen ontstond tenslotte een serie van 48 ansichtkaarten. Die kwamen dan in januari 1991 op de markt.
4. Hoe was toen de resonantie?
Prima. Mijn Diddl-kaarten waren iets heel nieuws op de kaartenmarkt. De kleuren, de figuur, de spreuken. Dit werd mij vaak gezegd en het succes van deze serie bevestigde dat ook. Ik heb daarmee schijnbaar een bijzondere snaar bij de mensen geraakt en tegelijkertijd bij mij de Diddl-gave ontdekt. En het bleef niet bij slechts één kaartenserie.
5. Hoe ging het toen verder?
Kort daarna kwamen geleidelijk meer artikelen, die ik voor Depesche ontworpen en ontwikkeld heb. Dubbele kaarten, kerstkaarten, de kalenderbeker 1992 enz. Naast de illustraties heb ik destijds ook de teksten met de hand, met pen en tekeninkt, getekend. Tegenwoordig worden tenminste de teksten per computer ingeplaatst.
In 1995 zijn we toen begonnen om een eigen grafisch-team bij Depesche op te bouwen, die de handgemaakte originele tekeningen op grafische-computers tot de betreffende product-printpatronen verder verwerken. Uit de toen twee aangestelde grafische medewerkers is tot de dag van vandaag een team van over de 30 medewerkers ontstaan.
6. Worden de illustraties nu dus ook op de computer gemaakt?
Nee, de originele illustraties worden altijd nog door intensief handwerk, met potlood, inkt, aquarel- en acrylkleuren gemaakt. Alleen zo ontstaat die typische handgemaakte Diddl-look. Pas dan komt de computer aan de beurt. Deze dient als verderverwerkend gereedschap, om de ingescande illustraties met tekst, grafische elementen en de achtergronden te combineren, de motieven in het betreffende productformaat te kunnen plaatsen en voor de printerproductie voor te bereiden.
7. En hoe werk je tegenwoordig?
Er schieten mij nog altijd nieuwe motieven, teksten, elementen en figuren voor de Diddl-wereld te binnen en die breng ik dan op papier. Sinds een paar jaren helpt mij een klein, zeer getalenteerd illustratieteam daarbij.
Met mijn vrouw en de collega´s uit de Diddl-werkplaats overleg ik bovendien zorgvuldig de wensen en ideeën van de fans. Dan verbeteren wij alle Diddl-artikelen tijdens hun vaak lange productiefases. Want het is in de enorm grote productieverscheidenheid erg belangrijk, dat de bijzondere uitdruk en de ziel van Diddl altijd behouden blijft. Daar letten wij bij alle artikelen erg op. Pas dan geven wij ons „o.k.“ voor de openbaarmaking.
8. Kun je ons verraden, hoe jullie die leuke achtergronden tekenen?
Die ontstaan heel „toevallig gepland“. Wij experimenteren veel met de verschillendste kleuren, mixen vele tekentechnieken door elkaar. En dan ontstaan de leukste dingen. Na verloop van tijd krijgt men vaak een gevoel voor de verschillende technieken en materialen en kunnen de toevallige effecten, die vaak ontstaan, heel doelgericht ingezet worden. Zoals dat gaat bij geplande toeval. Met de computer kan men dan in aansluiting daarop die handgemaakte achtergronden nog extra mixen en bewerken.
9. Waar haal je eigelijk die vele ideeën vandaan?
Ik stel al mijn zintuigen graag op „ontvangst“, houd gewoon mijn ogen en oren ver open en verzamel continu indrukken en inspiratie. Dat gebeurt overal, in de natuur of bij het boodschappen doen, thuis of op reis, bij het bekijken en bestuderen van afbeeldingen, boeken, mensen, dieren enz. Deze sla ik dan ergens in mijn grote hersenpan-harde-schijf op, schudt ze heftig door elkaar, en vorm daaruit associaties, draai deze dan vervolgens om en mix ze weer met nieuwe informatie. Delen van dit „impressieverzamelarium“ krabbel ik dan heel ontspannen op het lege tekenpapier of typ het op mijn laptop. Heel speciale ideeën-bronnen zijn trouwens onze familiehond „Berry“, van wie ik al heel veel Diddl-uitdrukkingen afgekeken heb en onze grijzepapagaaiendame „Bella“, die me voor „Ackaturbo“, de vuurstaartminiraaf geïnspireerd heeft.
10. Had je ooit gedacht, dat Diddl zo´n succes zou worden?
Nee, natuurlijk niet. Ik heb wel eens gemerkt, dat ik een werkelijk interessante ontdekking had gedaan met Diddl en dat deze muis mij nog wel een tijdje zou bezighouden. Maar zo´n succes had ik niet verwacht.
11. Wat dacht je, toen je voor het eerst een Diddl-knuffel vasthield?
Daar was ik behoorlijk trots op en erg blij mee. Want in het begin was er geen één fabrikant van knuffels in staat om die bijzondere gestalte van Diddl in een knuffeldier om te zetten. En niemand geloofde erin, na zo veel mislukte pogingen, om de cartoonfiguur ooit als knuffel te kunnen zien. Toen begon ik met mijn moeder de eerste Diddl-knuffel te ontwikkelen. Onvermoeibaar sneed ze het ene na het andere patroon uit en corrigeerde steeds weer de verhouding en de uitdrukking. Tot het uiteindelijk na 10 patronen zover was dat ik vol vreugde het eerste prototype, met toen nog zelfgemaakte piepschuimogen, kon presenteren. Iedereen was enthousiast en de Diddl-knuffels konden nu eindelijk geproduceerd worden..
12. En wat voor hobby´s heb je, behalve jouw beroep?
Samen met mijn vrouw in de zon knipperen, de natuur beleven, goede muziek luisteren, mooie films kijken, vrienden bezoeken, in boekenwinkels struinen, onze tuin, fotograferen, op de piano improviseren, kunsttentoonstellingen bezoeken ... Kortom: me inspireren.
13. Heb je tussen alle Diddl-artikelen eigenlijk ook een paar lievelingsstukken?
Ja, de Diddl-ansichtkaarten zijn me erg dierbaar, want daarmee is ja alles in 1990 begonnen. Maar alles bij elkaar, heb ik natuurlijk een zeer nauwe band met alle Diddl-artikelen, aangezien ik ja weet, hoeveel tijd, overwegingen en handwerk in elk afzonderlijk product steekt, tot het uiteindelijk klaar is.
14. Hoe is het werken met Diddl en Depesche?
Iedereen, die met Diddl werkt, gaat gewoon met veel plezier en met heel veel liefde aan het werk. Wij zijn allemaal jonge en open mensen in de Diddl-werkplaats bij Depesche, hebben een fantastisch bedrijfsklimaat en steken erg veel liefde en betrokkenheid in onze producten. Ik denk, dat men dit ook kan zien. De positieve resonantie van de fans op onze producten bevestigt ons natuurlijk buitengewoon en spoort ons altijd weer aan om verder te diddelen.
15. Welke andere tekenfilmfiguren vind je leuk?
Ik ben een grote fan van Disney´s „Bambi“, „Jungleboek“ of „Tarzan“. Bovendien vind ik de tekenfilms van „Toystory“, „Ice Age“ en „Monster AG“ ook leuk. Wat ik minder leuk vind, zijn zulke figuren, die geen hartelijkheid en identiteit uitstralen. Met de meeste Japanse huphupgetekende-bamboem-karakters kan ik niet veel beginnen.
16. Wat denk je, dat het geheim van Diddls geliefdheid is?
Diddl valt natuurlijk in de eerste plaats op door zijn vrolijke kleuren en zijn schattige verschijning. Ik denk echter, dat Diddl veel meer is. Door het grote aantal motieven, groet-boodschappen, gezichten en interacties met de fans is hij zeer geliefd. Hij is een vriend, die de tederheid en liefde geeft, waar kinderen naar verlangen. Een vriend, bij wie ze zich geborgen voelen, die altijd bij hun is. Want niemand is graag alleen. Diddl is een wezen, met wie zich jong en oud kan identificeren. Door zijn veel te grote voeten en zijn kriebelkrabbelige tekenwijze maakt hij geen perfecte indruk – wie van ons kan dat wel? Diddl voelt zich ook wel eens slap, net als wij. Maar Diddl steekt door zijn blubberbonte optimisme zijn muizensnoetje altijd weer naar boven – en wij soms ook daardoor. Diddl leeft in een gelukkige verhouding met zijn vriendin Diddlina en zijn vrienden Pimboli & Co. , men zou kunnen zeggen een intacte familieband. Ook iets wat door de vele scheidingen in deze wereld tegenwoordig meer en meer verloren gaat en waarnaar wij toch allemaal verlangen. En Diddl helpt erbij, om gevoelens te tonen. Hij spreekt dingen uit, die meestal moeilijk over je lippen komen. Vooral wat hart-aangelegenheden betreft.
17. Wat kunnen wij van Diddl en zijn vrienden leren?
Een paar positieve waarden en karaktereigenschappen zoals eerlijkheid, optimisme, humor, „het kind-zijn-behouden“, geborgenheid, voor-elkaar-daar-zijn, de moed, zijn gevoelens te tonen en de juiste woorden daarvoor te vinden. Met één begrip: menselijk zijn. Een werkelijk grote opgave voor een kleine springmuis!




